De zin van in de put zitten

De zin van in de put zitten

“Ik zit in een gat”. Zijn woorden vielen als een granieten blok voor me neer. Ik zag een zwarte diepte voor me, met gladde wanden en allerlei herinneringen kwamen boven. Aan mensen die al eens bij me waren geweest en die ook in een gat hadden gezeten. Of aan de rand hadden gestaan van een innerlijke afgrond. Een diep medemenselijk gevoel kwam op. Want hoewel ik me inmiddels met vertrouwenwekkende regelmaat uit de donkere dieptes van mijn ziel weet te houden, zijn er genoeg momenten geweest dat deze dieptes er wel waren. Dat ik in mijn eigen waanzin verbleef en tijdelijk niet meer wist wat ik kon doen, of kon laten om weer wat licht te voelen. 

“Tijdelijk in de put zitten helpt je weer verbinding te maken met nieuwe mogelijkheid in je leven.” Foto door Dmitry Schemelev

In de put zitten, er geen gat meer in zien. Voelen dat het leven een wending neemt waarin jij je kunt verliezen. Of dat je niet meer weet wie je bent, waar je voor staat of dat je jezelf afvraagt wat je hier op aarde eigenlijk wilt doen. Het zijn dit soort existentiële openingen in je leven die je de mogelijkheid geven om ergens doorheen te kruipen en net als een rups uit haar cocon te kruipen. Waarom? Omdat we ons altijd ruimer, vrijer, lichter gaan voelen als we eenmaal door de donkere gangen van ons innerlijk durven te bewegen, op weg naar een uitgang. 

Hoe vaak ik me niet heb ‘opgesloten’ op mijn kamer om weer verbinding te kunnen krijgen met dat wat voor mij zo wezenlijk was. Hoe vaak ik niet (uit wanhoop) de natuur invluchtte om weer het diepe respect te kunnen voelen, voor mijn eigen leven en voor al het leven om mij heen. Want dankzij mijn aangeboren gevoeligheid en enthousiasme kon ik deze verbinding in contact met de buitenwereld makkelijk verliezen. En als dat gebeurde, voelde ik me na een tijdje zo ‘verloren’. Wat weer als gevolg had dat er een spervuur van vragen en innerlijk conflict op me af kwam. 

“Hoe vaak ik niet (uit wanhoop) de natuur invluchtte om weer het diepe respect te kunnen voelen, voor mijn eigen leven en voor al het leven om mij heen.” Foto door Dustin Scarpitti

Het is altijd goed om naar jezelf te blijven luisteren, je angsten, irritaties, je hoop en wanhoop serieus te nemen. Door respect te houden voor wie je bent en wat jou beweegt, kun je uiteindelijk afscheid nemen van je eigen waanzin. En kun je beginnen met werkelijk voor jezelf te zorgen. Ik bleef, ook als ik in een put terecht gekomen was, oprecht luisteren wat mijn geest aan hersenspinsels voorschotelde. Dat was niet altijd makkelijk, want juist in een put hoor je jezelf de vreselijkste dingen denken en voelen. Toch was het essentieel dat ik respect bleef houden voor mijn innerlijke verlangens om zin te geven aan mijn eigen bestaan en dat van anderen. Want wat ik ervoer ‘in de put’ was de wanhoop, het verdriet en onvermogen over deze zielsverlangens. In de put ervoer ik de pijn en het gemis van m’n ziel die iets probeerde te realiseren (wat nog niet lukte).

Door open te staan voor je eigen zielenpijn krijg je weer toegang tot een stroom energie die je wereld kan veranderen! En die heb je nodig als je uit de put wil komen. Je hebt je eigen oerenergie nodig als je stappen wilt zetten om uit een voor jou beperkende situatie te komen. Het is zeker niet de bedoeling dat je alleen maar in je eigen cocon blijft zitten. In de cocon, of de put kun je contact leggen met je ZIN, dat wat je het liefst als onderstroom in je dagelijkse leven hebt. En het fijne is natuurlijk als je dan op een gegeven moment weer uit je cocon komt en je zin gaat leven! Of zoals een vlinder door je eigen leven gaat fladderen. 

“Ben je klaar om uit je cocon te kruipen en de wereld tegemoet te treden vol zin?” Foto door Ray Hennessy.

Ben jij toe aan het werkelijk contact maken van wat er in jou leeft en wil je daarmee ook meer in de wereld zijn? Verlang jij ook om een leven te leven waarin plek is voor plezier en betekenis? Waarin je VOL ZIN kunt ZIJN?! 

Denk er dan eens serieus over na om mee te doen met ofwel de halfjaartraining of met een persoonlijk traject. Ik heb na zeven jaar voltijds ZIJN VOL ZIN een flinke bagage om jou op weg te helpen naar meer ZIN in je LEVEN.

Meer info over ZIJN VOL ZIN en onze ZINVOLLE en LIEFDEVOLLE ZELFZORG ? Die vind je hier!!!

Bij ZIJN VOL ZIN vindt je in **meditatie cursussen **natuurretraites **zelfzorg ontwikkeltrajecten praktische antwoorden op vragen als Hoe kom ik uit de put
Hoe kan ik ontspannen
Hoe vind in innerlijke rust
Hoe volg ik mijn innerlijke kompas
Hoe vind ik zin in mijn leven
Hoe geef ik meer zin aan mijn leven
Hoe kan ik kwetsbaar zijn
Hoe kom ik weer tot mezelf
Hoe kan ik mezelf motiveren?
Hoe blijf ik meer in contact met mezelf?
Hoe kan ik liefdevol met mezelf omgaan?
Hoe kan ik mezelf accepteren
Hoe kan ik liefdevol met mezelf omgaan
Hoe vind ik meer rust en ruimte
Hoe ben ik minder gestresst
Hoe kan ik tevreden zijn met mezelf
Hoe kan ik tot rust komen
Hoe kan ik beter luisteren naar mijn gevoel
Hoe kan ik beter luisteren naar mijn lichaam
Hoe kom ik uit mijn hoofd
Hoe vind ik meer innerlijke rust
Hoe blijf ik meer in contact met mijzelf
Hoe laat ik me minder afleiden
Hoe houd ik focus
Hoe kan ik beter luisteren naar mezelf?
Hoe kan ik iets bijdragen aan de wereld?
Hoe waardeer ik mezelf?
Hoe kan ik positief denken?
Kan kwetsbaarheid een kracht zijn?
Hoe weet ik wat ik wil?
Hoe kan ik mijn emoties transformeren?
Ik wil beter weten wat ik wil
Hoe helpt niksen me
Hoe kan ik het leven vieren
Hoe kan ik meer gronden

In contact staan met je gevoelens

In contact staan met je gevoelens

Ze zei dat ze er geen zin meer in had om zo haar best te doen om aardig gevonden te worden. Om telkens weer haar gezicht glad te strijken, alsof ze de plooien uit een doorleefd leven probeerde te halen. Het lukte haar niet meer. Het durven toelaten van gevoelens lijkt zoveel moeilijker dan het is, wist ik uit ervaring.

Tranen prikten achter haar ogen. De wanden van het stuwmeer dat haar innerlijk verdriet was geworden, braken echter niet. Ze had ze te zorgvuldig gemetseld. Ze had erg haar best gedaan om niets prijs te geven van het koele meer dat ze met zich meedroeg. Het leverde een intern conflict op, want zelf was ze allesbehalve koud en kil. Ze was juist warmhartig, liefdevol, zorgzaam en bovengemiddeld gevoelig. Dat laatste toonde ze echter aan bijna niemand, amper aan zichzelf. 

Ze zag er als een berg tegenop om haar gevoel vrij te laten. Hoewel ze diep van binnen wel wist, dat als eindelijk vleugels zou geven aan haar verdriet, onmacht, angst en dieper verlangen naar eerlijkheid, dat ze zelf een vrijer mens zou worden. Het kostte haar nu zoveel moeite om iedere keer hetzelfde verhaal op te hangen: “Ja het gaat goed hoor”. Haar stem klonk iets hoger om geen argwaan te wekken. Liever vroeg ze eerst zelf aan de ander hoe het ging, zodat wanneer de wedervraag aan haar gesteld werd, een kort antwoord van haar volstond. “Prima.“ Technisch gezien klopte het antwoord ook. Ze had toch ook niets te klagen? Ze had werk, een dak boven haar hoofd, haar lichaam functioneerde redelijk, ze kon zich prima uit de voeten maken in een winkel, ze had sinds een half jaar zelfs een eigen auto. 

Het financiële en materiële welbevinden kon niet wegnemen dat er iets grondig miste in haar leven: ze voelde zich leeg. Bij vlagen was het zo sterk dat het voelde alsof er een gat in het midden van haar romp zat. Een holte. Ze zou erin verdwijnen als ze er naartoe zou bewegen. Het maakte haar bang. Net zoals ze bang was voor het stuwmeer van verdriet achter de zorgvuldig opgebouwde façade. Daarin zou ze nog verdrinken, dacht ze. Het toelaten van haar gevoelens was in de loop van de jaren echt ‘een ding’ geworden.

Ik wist dat ze niet zou verdrinken. Ik luisterde naar haar verhaal, zag de lijnen in haar gezicht, zag de vluchtige afwijzing van zichzelf als een flits door haar iris en pupil trekken. Ik hoorde in haar stem de verlegenheid om uit te komen voor wat haar zo dierbaar was. Zichzelf. En de ander. 

En ik voelde troost opkomen, kracht, tedere en onbreekbare durf. Ik wist dat wanneer ze de sluisdeuren eindelijk op een kier zou zetten er zoveel veel meer ruimte zou komen; voor andere gevoelens. Er zou wel degelijk tijdelijk veel water vloeien, haar lichaam zou een moment schokkende bewegingen kunnen gaan maken, ze zou even niet meer weten hoe adem te halen. Maar dat alles zou na een paar minuten, hoogstens een kwartier wegebben. En daarna zou ze zoveel meer lucht ervaren, ze zou zich zoveel lichter voelen. Opgelucht, begrepen door zichzelf, ontvangen door een kracht die ze niet achter zichzelf gezocht had, maar die al die jaren lag te wachten om ontdekt te worden. De kracht om vol zin te zijn. 

Ik wist wat me te doen stond. Als ze ja zei tegen mijn aanpak, kon ze het slot openmaken waardoor haar gevoelens die misschien al sinds haar kindertijd waren opgesloten, eindelijk weer het daglicht konden zien. Ze zou er zoveel meer zichzelf door worden. En ik wist; er waren weinig woorden voor nodig. Het zou niet zoveel tijd in beslag nemen. Het was eerder een kwestie van bereidheid om zichzelf weer te ont-moeten. En open te staan voor wat er werkelijk toe doet in jou en jouw leven. 

Ze zei gelukkig ja. En dat maakt mijn werk zo bijzonder, dat zij de diepste gevoelens van haar prachtige wezen (want ieder mens heeft zulke mooie kwaliteiten) gaat bevrijden. Om met nog meer ZIN te ZIJN. 

Om jou goed te kunnen helpen zonder je een rib uit je lijf te draaien (wat te veel gebeurt in de zorg momenteel) heb ik 

“ZIN in je leven” sessies en een ZIN in je leven- abonnement gemaakt. 
Je kunt een vast aantal sessies komen met een vooropgesteld doel óf je kiest er juist voor om bijvoorbeeld 1 keer in de maand te komen om jezelf vrij te maken van oude patronen, onnodige mentale en emotionele ballast. 

Ik zal je 1 ding verklappen. Zowat 100% van de mensen die bij me komen om een traject te doen, denkt van te voren dat het lang en zwaar gaat worden of dat ze heel veel te verwerken hebben. Het durven toelaten van gevoelens lijkt moeilijker dan het is.
Zo werkt het niet bij. Ja, soms is het even zwaar, maar omdat we zinleving als uitgangspunt hebben (en niet bijv geluk, dat vluchtig is) kom je telkens terug bij een zinvolle invulling van jouw leven en dat geeft diepgaande veranderingen die draaglijk zijn en bijdragen aan een gevoel van ertoe doen. De vrijgekomen energie uit je emoties, kan ergens naartoe stromen. Je voelt je onmiddellijk lichter, vrijer en meer geaard.

Wil je meer weten, neem gerust contact op infoatzijnvolzin.nl

Wat vertelt mijn lichaam me?

Wat vertelt mijn lichaam me?

wat vertelt mijn lichaam me?

Klachten als depressie, burn-out, oververmoeidheid, keuzestress, verslaafdheid, maar ook relatieproblemen, kun je niet meer oplossen met alleen de ratio en het veranderen van je denk-patroon. Wat vertelt je lichaam je? Met die wijsheid kun je werkelijk aan de slag, het is ready-to-use informatie die direct over jou gaat en ook in jou opgelost kan worden. Ik gebruik verschillende technieken om je bij het lichaamsbewustzijn te brengen. 

Het gaat erom dat jij je eigen lichaamstaal leert begrijpen zodat je meer samen met je lichaam gaat leven in plaats van los van haar en vooral alleen maar vanuit je hoofd of wat je denkt dat goed is, of hoort.

Als je maar over grenzen blijft gaan, put je je lichaam uit. Als je stelselmatig signalen van je lichaam of gevoel negeert, kun je deze signalen op een gegeven moment niet meer horen, omdat ze te zwak zijn geworden. Als je telkens informatie van anderen (uit boeken, of van horen zeggen) voor je eigen lichaamstaal plaatst, verzwak je de relatie met je eigen wijsheid en intuïtie. Het gaat erom de lagen conditionering af te pellen en dichtbij de ervaring te komen. 

In onze maatschappij zijn we erg bedreven en goed geworden om met ons verstand problemen op te lossen. We zijn echter in de loop van de eeuwen ons lichaam, haar wijsheid en ook de daarin opgeslagen ervaringsgerichte informatie gaan verwaarlozen. We durven er bijna niet voor uit te komen dat we mensen zijn met een ziel, dat we een spiritueel verlangen in ons dragen om goed te doen. De gevolgen van deze verwaarlozing en ontkenning, zien we massaal terug in het ziekteverzuim en beleving van zinloosheid. Zoveel mensen kampen dagelijks met gevoelens van angst, falen, grote prestatiedruk voor geld en status of een baas die ze amper kennen. Ik ga hier dat niet uitgebreid bespreken, omdat er genoeg over in het nieuws verschijnt. 

Willen we op een liefdevolle en duurzame manier met onszelf omgaan, dan kunnen we niet om ons lichaam heen. Zij is een onmisbare bron van informatie; bijv. voor waar we ons toe aangetrokken voelen en wat we beter uit de weg kunnen gaan.  Ze geeft ons uitgekiende signalen die, als we ze gaan herkennen en vertrouwen, ons precies (in contact) brengen met dat wat er toe doet in ons leven. Ze biedt ons de mogelijkheid om uit te drukken wat we denken, voelen, willen, ze maakt het mogelijk dat we opnieuw leven creëren. Ze helpt ons te verbinden met andere mensen, dieren, andere levensvormen die ons vreugde schenken in ons leven. En misschien wel het allerbelangrijkste, ons lichaam is het huis van onze ziel. Zoals we ook ons woonhuis verzorgen en onderhouden, is het ook nodig je lichaam te leren kennen, begrijpen en onderhouden.

Wat vertelt je lichaam je? Met die wijsheid kun je werkelijk aan de slag, veel effectiever dan uit welk boek / cursus dan ook. Ik gebruik verschillende technieken om je bij het lichaamsbewustzijn te brengen.  shiatsu-therapie, innerlijke familie-opstellingen, diepe energetische massage, pijn acceptatie.

Momenteel ben ik gestart met het onderzoeken van door mij gebruikte lichaamsgerichte aanpak tijdens het inzetten bij systeemtherapie, omdat ik vermoed dat beiden elkaar krachtig kunnen aanvullen. Ik ben dus zeker voor het en-en principe. En cognitieve aanpassingen en lichaamsgericht werken. Het zwaartepunt in onze gezondheidszorg ligt nu echter bij de cognitieve aanpak en dat brengt een disbalans met zich mee, die vraagt om een lichaams- zielsgerichte aanpak. 

Hoe accepteer ik mezelf? Een simpele meditatie

Hoe accepteer ik mezelf? Een simpele meditatie

Een meditatie oefening om verbinding te maken met jezelf.

Laatst kwam er een mevrouw bij me voor een prive sessie meditatie. Ze is bijna 80, heeft vroeger gemediteerd maar krijgt de draad maar niet meer opgepakt sinds de dood van haar partner. En dus zocht ze hulp. Ondanks haar ervaring met stilzitten en haar geest onderzoeken bleek al snel dat ze in haar basis zich niet goed genoeg voelt. Nergens voor. Dat uit zich in negatieve gedachten over zichzelf maar ook over anderen. Zo sterk dat ze zich is gaan afzonderen en het contact met mensen vermijdt uit angst dat ze hen kwetst. We hebben vorige keer samen een meditatie gedaan waarin ze zichzelf denkbeeldig tegenover zich plaatste en vroeg wat ze nodig had. Die behoefte mocht ze helemaal vervullen. Dat lukte en luchtte zichtbaar op.

Dit is de kracht van meditatie en het gaan werken met verbeelding en geest. Alles is mogelijk!

De keer erna kwam ze en liet ik haar liggen en de moeheid toelaten van een geest die zichzelf telkens naar beneden haalt, uit angst. Ik begeleidde haar naar de stille plek in haar lichaam, daar waar iedereen thuis is in zichzelf.

Het lukte haar om zich over te geven en ik zag haar wegzakken in een diepe, wijdse rust. Toen ik haar naderhand vroeg hoe het was geweest zei ze: “ik begin te begrijpen dat het echt zo is dat iedereen geboren is zoals hij of zij is. En dat dat goed is. Dat het de bedoeling is dat ik ben zoals ik ben en dat ik niet verkeerd ben. Ik hoef niets anders van mezelf te maken dan ik ben.” De rust en vrede die uit haar ogen schenen was zo ontroerend mooi. Alsof al die jaren ervoor samenkwamen in dat moment en ze eindelijk mocht ervaren wat haar geest al die tijd al had geweten:

Je bent precies goed zoals je bent!

Durf te lummelen: de kracht van niets-doen

Durf te lummelen: de kracht van niets-doen

De mens is ook een dier, dus zou hij zich best wat meer als zodanig mogen gedragen. Bijvoorbeeld als het gaat om de balans tussen inspanning en ontspanning. In een brein waarvan de eigenaar niet druk met iets bezig is, maar kalmpjes naar een punt in de verte staart en zijn gedachten de vrije loop laat. ‘Op dat moment gaat het default-mode network aan, zeg maar de basisstaat van de hersenen’, zegt Martijn van den Heuvel (38), neurowetenschapper aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘We komen er steeds meer achter hoe belangrijk het netwerk is.’ Bij mensen die goed kunnen mediteren zie je meer activiteit in het default-mode network. En er zijn studies die laten zien dat méér van die activiteit kan leiden tot meer grijzestofvolume op sommige plekken in de hersenen. Tot een groter brein dus.’
Waar het default-mode network óók bij betrokken is, is de vorming van je zelfbeeld, zegt psychiater en neurowetenschapper Iris Sommer, auteur van De zeven zintuigen. ‘Het default-mode network hangt samen met creativiteit, het zorgt voor het opborrelen van ingevingen en ideeën. Het is ook een beetje een navelstaarderig netwerk, het laat je stilstaan bij jezelf, bij het ‘ik’: wat vinden anderen van mij, voldoe ik aan de normen?
Lees verder in dit artikel verschenen in de Volkskrant geschreven door WILMA DE REK

Of hij weleens een depressief dier heeft gezien, was de vraag. Voor het eerst valt Maarten Frankenhuis langer dan dertig seconden stil. De diergeneeskundige en oud-directeur van Artis kijkt peinzend door het raam van de woning in Broek in Waterland die hij na zijn pensionering samen met echtgenote Liesbeth betrok. Achter dat raam strekt zich een groot weiland uit, vanwaar verschillende soorten gevogelte opstijgen. Dan: ‘Stress komt in het dierenrijk volop voor. Maar depressie bij dieren is mij volkomen onbekend.’

En een beest met een burn-out?

‘Nee, dat al helemaal niet. Als verzorgers vroeger zeiden: hij ligt timide in de hoek en hij rent niet naar de voederbak, zoals normaal, dan dacht ik nooit aan een depressie of een burn-out. Dan dacht ik: dat beest is gewoon ziek. Maar je kunt het ze niet vragen, hè. We weten het gewoon niet.’

De afgelopen maanden besteedde de Volkskrant uitgebreid aandacht aan de burn-outepidemie die van sommige geïnterviewden geen epidemie genoemd mocht worden. Twee weken geleden kwam onderzoeksbureau TNO met nieuwe cijfers: in 2017 zei 16 procent van de 8,5 miljoen werkende Nederlanders burn-outklachten te ervaren. Twee jaar eerder was dat 14 procent, in 2007 11 procent.

In de verhalen werden allerlei verklaringen genoemd: prestatiedruk, verminderde autonomie, hoe ingewikkeld het tegenwoordig is om een bevredigend verhaal te weven rond het eigen ik. In vrijwel elk stuk kwam ook de werkdruk ter sprake. Het ging veel over hoe we ons inspannen.

Maar hoe zit het met de manier waarop we ons óntspannen? En wat kunnen mensen in dat opzicht leren van andere dieren?

Want de mens is ook een dier; de homo sapiens bestaat nog maar een paar honderdduizend jaar, als een van de resultaten van de evolutie die al een paar miljard jaar gaande is, en het grootste deel van zijn bestaan verschilde zijn dagelijks leven niet zoveel van dat van andere dieren. We mogen dan nu parmantig in mooie pakjes de wijsneus uithangen, ons lichaam is niet anders dan dat van onze jagende en verzamelende betovergrootouders; evolutie verloopt uiterst traag. In de woorden van Frankenhuis: ‘Die paar generaties dat wij nu vuistbijlen maken, met pijl en boog schieten, boekdrukken, e-mailen: het is een rimpeling in de wordingsgeschiedenis van onze soort.’

Maarten Frankenhuis (76) begeleidt natuurreizen, samen met zijn echtgenote, en was van 1990 tot 2003 directeur van Artis, de oudste dierentuin van Nederland. Gekooide dieren gedragen zich niet zo heel anders dan wilde dieren, zegt Frankenhuis, behalve als het gaat om voortplanting: ‘In de natuur speelt een verfijnd seksueel selectiesysteem een rol. Bij de mens ook nog wel hoor, maar in de veehouderij en in dierentuinen wordt het finaal aan de kant geschoven. Wíj bepalen of een dier zich voortplant, met wie en hoe vaak. Wat je ook ziet, is dat bij dierentuindieren de herseninhoud minder wordt. Dieren die zich in gevangenschap voortplanten, zijn de exemplaren die bereid zijn de miserabele omstandigheden waaronder wij ze huisvesten en voeden, te accepteren.’

Dus dieren die het in gevangenschap goed doen, zijn in zeker opzicht de losers van hun soort? Maar dan zijn wij mensen dat toch ook?

‘Dat zijn jouw woorden. Maar er zit wel wat in.’

De vraag die Frankenhuis het meest werd gesteld in zijn periode als Artis-directeur, was of de beesten in zijn dierentuin niet véél te weinig te doen hadden, nu ze hun eten niet bij elkaar hoefden te jagen. Dan antwoordde hij altijd dat het wel meevalt met wat roofdieren in het wild zoal uitvoeren.

Neem de leeuw, de zogeheten koning der dieren. Frankenhuis: ‘Vooral mannelijke leeuwen voeren geen flikker uit; die liggen 22 van de 24 uur te ronken. Aan de andere kant: ze dekken wél vijftig keer per dag, dat moet ik ze nageven. In de nabijheid van een vrouwtje met een zaadvragend eitje zijn ze onvermoeibaar.’ Maar verder spant de leeuw zich niet harder in dan strikt noodzakelijk. Frankenhuis: ‘Als leeuwen op jacht zijn en ze spotten toevallig een paar hyena’s die een gnoe te pakken hebben, dan breken ze onmiddellijk hun jacht af, storten zich op de hyena’s en jatten de gnoe. Leeuwen gaan absoluut voor het gemak.’

Dieren, benadrukt Frankenhuis, bewegen zich in de regel niet voor de lol. Ze houden zich zo veel mogelijk gedeisd. En dat is heel verstandig van ze. ‘Want als prooidieren staan te stunten op de savanne, lokken ze roofdieren aan. En als roofdieren druk gaan doen, verraden ze zich. Daarbij komt: je verstookt op geheel nutteloze wijze calorieën. Het zijn alleen jonge dieren die nog weleens ongemotiveerd wat wilde bokkesprongen maken. Maar dat hoort bij hun training.’

Dat wil niet zeggen dat dieren en mensen het best af zijn als ze de hele dag roerloos liggen te suffen. Het gaat om de juiste balans tussen in- en ontspanning. En van zo’n juiste balans is sprake als een organisme het leven leidt waarvoor het evolutionair is toegerust. Bij dieren in het wild, gevormd door natuurlijke selectie, is dat per definitie het geval. Maar bij gekooide dieren niet per se.

Zo is het lichaam van de homo sapiens ‘gemaakt’ op beweging. Frankenhuis, vroeger fanatiek hardloper: ‘Mensen kunnen verdomd goed lopen. Als het erop aankomt, kan geen dier tegen ons op. Niet omdat we zo hard gaan; vrijwel alle dieren lopen harder dan wij. Ik denk dat zelfs een rat, als-ie een sprint inzet, harder loopt dan wij. Maar er is geen dier dat het zo lang volhoudt als de mens. Als het moet, lopen we een hele dag. Onze voorouders trokken uren achter migrerende kuddes aan en konden een dier zo volledig uitputten.’

Ja, onze voorouders. Maar de moderne Nederlander haalt zijn lapje uitgeput dier met de auto bij de Albert Heijn. Het beweegadvies van de Gezondheidsraad, die aanraadt minstens 150 minuten per week aan matig intensieve inspanning te doen en daarnaast minimaal twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten te verrichten, wordt door bijna de helft van de Nederlanders niet gehaald. Met die ontspanning zit het dus wel goed, zou je zeggen, maar zo is het toch niet. Want terwijl het lijf meer rust krijgt dan het nodig heeft, krijgt het brein wellicht te weinig. Van de gemiddeld 42,4 uur die Nederlanders per week aan vrije tijd besteden, gaat de meeste tijd (19,6 uur) op aan media en internet, zo blijkt uit het laatste tijdbestedingsonderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau.

In 1971 boog schrijver Rudy Kousbroek zich in zijn essay The fallacy of misplaced concreteness over het brein. Eerst vergeleek hij het met een klein kind, vanwege ‘het onafgebroken beziggehouden moeten worden, het aan één stuk door praten en nooit moe worden’. Daarna met een employé in een grote onderneming die niet ontslagen kan worden. ‘Het is een soort monomaan, een compulsieve werker, die continu achter zijn bureau zit zonder zich ooit de tijd te gunnen om te eten of aan andere natuurlijke behoeftes te voldoen.’ Een raar geval dus: ‘Onafgebroken bezig zijn: hierin verschilt het brein van alle andere principes in de natuur waarbij alle activiteiten er juist op gericht zijn de rusttoestand terug te vinden.’

Schrijver en evolutiebioloog Tijs Goldschmidt (66) citeerde in 2013 uit het essay in zijn Kousbroeklezing Vis in bad, opgenomen in de gelijknamige bundel die een jaar later bij Athenaeum verscheen. In het essay verdiepte hij zich in het nut van spelen en nietsdoen bij dieren. Al schrijvend kwam hij tot de conclusie dat maximale inspanning leveren niet zaligmakend is, sterker: dat lummelen op de lange termijn van levensbelang is.

Die mening is hij nog altijd toegedaan, zegt Goldschmidt in zijn werkruimte in Amsterdam, die tot de nok is gevuld met boeken en met een paar beelden en schilden van de Asmat uit Papoea (voormalig Nederlands-Nieuw-Guinea), een volk dat hij enkele malen heeft bezocht. Zijn eigen coming-out als lummelaar beleefde hij pas laat in zijn leven, na het overlijden van zijn vader. ‘Vanaf de middelbare school begon ik een enorme prestatiedrang te voelen, ik had moeite te ontspannen. Mijn vader was een man met een groot arbeidsethos. Hij kon bewonderend over iemand zeggen: ‘Het is echt fenomenaal: ze werkt zich helemaal dood!’ Dat was voor hem het hoogst haalbare.

‘Tegen mij zei hij vaak dat hij maar hoopte dat ik ‘mijn tijd niet verlummelde’. En dat deed ik ook niet, ik werkte zo hard als ik kon. Toen ik als onderzoeker bij de Universiteit Leiden zat, was ik een workaholic geworden. Ik herinner me dat we in Afrika zaten met een groep Nederlandse biologen en nooit eens konden meegaan in het vrij trage tropentempo van de Tanzanianen, want dan kwam er weer een telegram: jullie moeten meer publiceren. Zo werd je constant opgejaagd. Jaren later, toen ik gepromoveerd was, realiseerde ik me pas wat voor last er van me was afgevallen. Het leek opeens of ik zweefde. Nu kan ik heel goed lummelen.’

In Vis in bad beschrijft Goldschmidt een experiment in Groningen onder leiding van de vorig jaar overleden chronobioloog Serge Daan, die met zijn groep tien jaar lang het gedrag van torenvalken bestudeerde. De vrouwtjes leggen gemiddeld vier eieren, de mannetjes besteden een uur of vier per dag aan flight hunting, biddend jagen, wat zeer arbeidsintensief is. De rest van de tijd voeren ze op het oog weinig uit. Dat leek niet te kloppen met de aanname dat dieren er alles aan doen hun genen zo efficiënt mogelijk te verbreiden: waarom werkten ze niet wat langer dan die vier uur?

Serge Daan onderzocht wat er gebeurde als hij per legsel twee eieren toevoegde en het nest dus groter werd. Zouden de mannetjes dan minder gaan niksen en harder gaan werken? Het antwoord was ja: de mannetjes gingen langer jagen om het grotere aantal kuikens in het nest van voedsel te voorzien. Maar ze gingen ook veel eerder dood. Goldschmidt: ‘Met het oog op lifetimefitness, zoals biologen dat noemen, de biologische fitness over het hele leven gemeten, is het dus gunstiger dat ze zich niet helemaal doodwerken bij het grootbrengen van elk legsel. Ze doen het precies goed.’

Heeft elk in het wild levend dier zo’n perfect afgestemde ontspanningsantenne?

‘Ik zou verwachten dat het veel wijder verbreid is, maar het is niet voor elke soort uitgezocht; dit onderzoek van die groep van Daan is heel bijzonder. In de gedragsbiologie bestaan wel allerlei modellen waarmee wordt onderzocht hoe de manier van fourageren van dieren zich verhoudt tot hun voortplantingssucces.

‘De Amerikaanse bioloog Thomas Schoener onderscheidde time minimizers en energy maximizers. De time minimizers zijn de dieren die zo min mogelijk tijd besteden aan het verzamelen van voedsel, de energy maximizers proberen de maximale hoeveelheid energie te verzamelen. Twee extreem tegenovergestelde typen zijn de python en de kolibrie. De python vangt een vogel en blijft dan een maand liggen, hij besteedt dus weinig tijd aan het foerageren en houdt zich zo koest mogelijk, bijna als een beest in winterrust waarbij alle fysiologische variabelen naar een zo laag mogelijk niveau worden teruggeschroefd, zodat hij zo lang mogelijk kan doen met die ene prooi. Heel anders dan een kolibrie die uren en uren bezig is nectar te verzamelen. De kolibrie maakt zich in vergelijking met die python extreem druk. Ik denk dat hij wel moet, dat hij het alleen maar redt als hij de hele dag door foerageert.’

En mieren?

‘Mieren gaan ook altijd maar door, maar niet op een zo hoog energetisch niveau als de kolibrie. Stekelbaarzen zijn trouwens ook heel druk, in het broedseizoen staan de mannetjes almaar driftig met hun borstvinnen de eieren te ventileren, waarmee ze die van zuurstofrijk water voorzien. Maar na het broedseizoen hebben ze een lange tijd om weer bij te komen. Periodieke grote inspanning komt in het dierenrijk heel veel voor, maar wordt eigenlijk altijd gevolgd door een rustiger periode.

‘Er is iets interessants aan de periodes van urgente activiteit van een vogel die biddend jaagt of een cheeta die achter een prooi aan rent: langer is niet gezond. Zou die cheeta drie keer zo lang rennen als hij doet, dan loopt hij kans op definitieve hersenbeschadiging. Dat beest weet niets van hersenen, maar hij is wel zo geprogrammeerd dat hij precies zo lang rent als hij aankan. De rest van de tijd ligt hij wat te soezen en voor zich uit te kijken, net als de torenvalk op zijn paaltje.

‘Die periode is waarschijnlijk niet alleen nodig voor de spieren maar ook voor de hersenen, om bij te komen en te herstellen. Er wordt gedacht dat slaap bij ons die functie heeft. Het is relevant om belangrijke dingen te onthouden en niet-belangrijke niet, en het vermoeden is dat de indrukken die je overdag opdoet, ‘s nachts worden gezeefd. Het zou best kunnen dat het in de tijd waarin je heel actief bent, niet mogelijk is die zeefprocedures uit te voeren.’

Als dieren intuïtief weten wat voor hen de perfecte balans is tussen inspanning en ontspanning, waarom weten mensen dat dan zoveel minder goed?

‘Het is de vraag of wij dat niet ook weten. Het zou best kunnen dat de Asmatters uit Nieuw-Guinea, voordat de Nederlanders en Indonesiërs zich met hen gingen bemoeien, ook een uitstekende verdeling hanteerden tussen inspanning en ontspanning. En dat die balans bij ons is weggeraakt door allerlei sociale constructies, zoals een werkgever die dingen van je eist en verwacht dat je er zo en zo laat bent en op een bepaalde tijd naar huis gaat. Er is al snel een conflict tussen wat goed zou zijn voor jou, en op den duur wellicht ook voor je prestaties, en wat op korte termijn goed is voor de werkgever.

‘Ik weet nog dat ik in Japan kwam en in laboratoria onderzoekers zag, vooral promovendi, die volkomen uitgeteld over hun toetsenbord lagen. Ze werden verondersteld zich helemaal dood te werken. Ooit was de zondag een min of meer sociale maatregel om de als slaaf werkende mens de kans te geven weer bij te komen. Elk organisme heeft periodes van herstel, van lummelen of spelen dus, nodig om niet ziek te worden. Zelf dans ik veel. Latin, salsa, wel tien uur in de week. Ik heb een zittend beroep en ben veel in mijn hoofd bezig, maar zodra ik die dansvloer opga, voel ik me helemaal ontspannen.’

Als wij zouden leven volgens onze natuur, zouden we dan net zo efficiënt niksdoen als leeuwen en torenvalkjes?

‘Ik vind dat een heel treffende formulering, efficiënt niksdoen. Ze past helemaal in deze tijd. Maar ik denk het wel. Het is overigens maar de vraag of die torenvalk in de uren dat hij ogenschijnlijk op een paaltje zit te lummelen, écht niks doet. Ecoloog Joost Tinbergen vertelde me dat de valk dan waarschijnlijk ook informatie verzamelt die hij tijdens dat intensieve jagen kan gebruiken. Misschien ziet hij een elektriciteitsleiding en weet dan: daar moet ik straks niet tegenaan vliegen. Dat vind ik heel interessant; dat dat hele idee van niksdoen bij dieren óók weer verdampt als je er beter naar gaat kijken.’

Omdat het niet écht niksdoen is.

‘Precies.’

Is lummelen dan niet net zo belangrijk als slapen?

‘Ik zou denken van wel, het lijkt me waarschijnlijk dat lummelen en soezen in het verlengde van slaap liggen. Maar ik ben slechts een afgedwaalde bioloog.’

Dit is een mooi moment om het default-mode network te introduceren. Het default-mode network is het netwerk in de hersenen dat – dit klinkt paradoxaal – actief wordt als het brein in rust is. Niet dat het brein ooit écht in rust is, want zoals Kousbroek in 1971 al schreef, is het brein niet stil te krijgen; onze hersenen staan dag en nacht aan.

Maar je hebt aanstaan en je hebt aanstaan. Begin deze eeuw ontdekten onderzoekers wat er gebeurt in een brein in rust. Dat wil zeggen: in een brein waarvan de eigenaar niet druk met iets bezig is, maar kalmpjes naar een punt in de verte staart en zijn gedachten de vrije loop laat. ‘Op dat moment gaat het default-mode network aan, zeg maar de basisstaat van de hersenen’, zegt Martijn van den Heuvel (38), neurowetenschapper aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘We komen er steeds meer achter hoe belangrijk het netwerk is.’

Van den Heuvel is gespecialiseerd in hersennetwerken. Daarvan hebben we er veel en ze zijn nooit allemaal tegelijk actief. Bij iemand die gretig zijn likes op Instagram checkt is een ander hersennetwerk actief dan bij iemand wiens brein in vredige rust is.

Van den Heuvel: ‘Het default-mode network manifesteert zich vooral achter in het brein, de precuneus, en in de mediale frontale cortex, maar er zijn veel verschillende hersengebieden bij betrokken.’

Is het schadelijk voor de gezondheid als het brein te weinig in ruststand verkeert?

‘Dat is heel lastig te onderzoeken. Ik denk dat het feit dat we continu bezig zijn met ons hoofd zeker gevolgen heeft. En we weten ook dat veel geestelijke gezondheidsproblemen gepaard gaan met een verstoring van het default-mode network. Maar een causaal verband is daarmee nog niet aangetoond. Andersom komt wel voor: bij mensen die goed kunnen mediteren zie je meer activiteit in het default-mode network. En er zijn studies die laten zien dat méér van die activiteit kan leiden tot meer grijzestofvolume op sommige plekken in de hersenen. Tot een groter brein dus.’

Waar het default-mode network óók bij betrokken is, is de vorming van je zelfbeeld, zegt psychiater en neurowetenschapper Iris Sommer, auteur van De zeven zintuigen. In dat boek staat ze onder meer stil bij de twee ‘denksystemen’ die psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman in 2011 introduceerde in zijn boek Thinking, fast and slow. Systeem 1 gebruik je bij het snelle, intuïtieve denken; systeem 2 bij het aandachtige denken. Systeem 1 is gekoppeld aan het default-mode network, zegt Sommer. ‘Het default-mode network hangt samen met creativiteit, het zorgt voor het opborrelen van ingevingen en ideeën. Het is ook een beetje een navelstaarderig netwerk, het laat je stilstaan bij jezelf, bij het ‘ik’: wat vinden anderen van mij, voldoe ik aan de normen? Ik zie soms managers of bazen die almaar druk-druk-druk zijn en dan denk ik: weet je wel hoe je overkomt? Hoe bot en gehaast je bent? Ik weet niet zeker of ik dat mag koppelen aan een gebrek aan navelstaren en dus aan een te lage activiteit van het default-mode network, maar het zou zomaar kunnen.’

Leve het lummelen dus. Maar wel op de goede manier. Urenlang doodstil op bed liggen, zoals de Russische schrijver Ivan Gontsjarov zijn Oblomov laat doen, is geen goed idee. Niet alleen omdat je dan te weinig beweegt, ook omdat de balans dan doorslaat naar de andere kant: onderstimulatie is ook niet goed. Sommer: ‘Mensen worden gek als je ze opsluit. Je waarneming is een samenspel tussen zintuigen en hersenen. Als die ondergestimuleerd worden, treedt ‘sensore deprivatie’ op en krijg je snel hallucinaties. Sommige mensen proberen via meditatie hun brein stil te zetten, maar dat is echt een zware klus, ik kan het niet. Als ik mijn brein tot rust wil brengen, ga ik naar buiten. Lekker joggen, of juist rustig wandelen.’

Net als de diertjes.

LUIAARD
Kampioen van het lummelen

In de Amsterdamse dierentuin Artis hangt een luiaard aan een boom, met zijn kop naar beneden en zijn pootjes om een tak, want zo hangen luiaards aan bomen; alsof ze een hangmatje zijn. Hij wiegt hypnotiserend zacht heen en weer. Om hem heen is het een drukte van belang. Vijf of zes dwergzijdeaapjes dansen driftig om hem heen, in wanhopige pogingen de luiaard gek te krijgen, maar die grijnst ze alleen maar sloom toe: this aggression will not stand, man.

Als er één dier is dat de kunst van het lummelen onder de knie heeft, is het de luiaard, door katholieke ontdekkingsreizigers vernoemd naar de vierde van de zeven hoofdzonden. Op de grond beweegt de luiaard zich voort met een gemiddelde snelheid van 0,3 kilometer per uur, trager dan een schildpad. Oké: wat meespeelt is dat de luiaard met zijn slecht ontwikkelde oren en ogen in een soort constante roes leeft, schrijft zoöloog Lucy Cooke in Wilde verhalen – De ware aard van onbegrepen beesten (2018). En dan kauwt hij ook nog eens de hele dag op bladeren die alkaloïde bevatten, een spulletje dat ongeveer dezelfde werking heeft als valium: ‘Deze diertjes lijken dus niet alleen stoned, ze zíjn stoned.’

Maar evolutionair is het beest een groot succes. Hij gaat al 64 miljoen jaar mee, schrijft Cooke, en heeft kanonnen als de sabeltandtijger en wolharige mammoet overleefd. Luiaards zijn uitstekende overlevers. ‘Hun geheim? Precies: hun luie aard.’

Hoe helpt coaching op zelfzorg je in je persoonlijke ontwikkeling?

Hoe helpt coaching op zelfzorg je in je persoonlijke ontwikkeling?

Het begin van geluk ligt in de keuze om voor jezelf te zorgen.Op eigen benen staan, luisteren naar wat je wil, met weerstand omgaan, keuzes durven maken, compassie dragen. Het hoort allemaal bij voor jezelf zorgen. Wat je ervoor terugkrijgt is van onschatbare waarde! Immers, je kunt niet om je-zelf heen. Je neemt je-zelf overal mee naar toe. En als je besluit om voor je-zelf te gaan zorgen, dan krijg je daar uiteraard iets voor terug.

Je zult merken dat je eigenlijk heel gezond in elkaar zit, precies zoals jij bedoelt bent, maar dat het wel nodig is, dat je je aan je eigen handleiding houdt en niet teveel die van anderen gebruikt, want dan gaat het op den duur mis. Je herkent in je eigen leven vast wel een voorbeeld, dat je iets doet omdat je denkt of voelt dat een ander dit nodig heeft, van je verwacht, of erop hoopt. En dat je er dan sowieso naast zit, als je je-zelf hierin gepasseerd hebt. En hopelijk ken je ook de onverwacht positieve situaties als je je-zelf wel meeneemt in je keuzes. Een prachtvoorbeeld is van een jonge vrouw die tijdens sessies telkens aankaartte dat ze twijfelde over het huis waar ze woonde, maar ze kon haar huisgenoten toch niet in de steek laten? Toen ze inzag en met mildheid toegaf dat het huis waar ze woonde echt niet paste bij wie zij is, kreeg ze een week na de lastige keuze gemaakt te hebben voor haar-zelf, uit het niets een aanbod voor een ander huis, dat beter aansloot bij haar manier en ZIN in het leven.

Zelfzorg geeft je een handleiding van jezelf, geeft je inzichten wie je bent en maakt liefdevolle verbinding met jezelf en anderen. Dat geeft weer plezier, focus, haalbare doelen, daadkracht en telkens nieuwe energie. Zelfzorg maakt je vrij om te doen waar je werkelijk ZIN in hebt. Je krijgt gevoel voor wie je bent, wat bij je past en hoe je dat realiseert in je leven.

Uit de volgende reactie blijkt wat er eigenlijk nodig is als je voor je-zelf wilt zorgen: “Je geeft de juiste tools om mijzelf te helen, te bevrijden van iets…Je doet geen kunstje. Je laat het echt uit mij komen en ik heb in geen geval het idee dat ik iets moet doen wat jij vindt of zegt. Jij zet al je instrumenten in om mij volledig te laten zijn.” Dat is zelf-zorg.

Als ik om me heen kijk, is de tijd rijp dat wij als mensheid, als geheel, gaan zorgen voor ons-zelf. De potentie om zorgeloos en zinvol te leven kan vervuld worden door velen. We hebben zo ontzettend veel bereikt als het gaat om rijkdom, welzijn en veiligheid. Veruit de meesten in ons land hebben een woonplek, te eten, toegang tot gezondheid en sociale verbindingen.

Is de tijd daarmee rijp voor andere zorgen? Zorgen voor ons-zelf? Is deze zorg egoïstisch of nog meer op het individu en haar identiteit gericht? Wat mij betreft allesbehalve. Want misschien is de grootste verandering die we gaan ervaren als we voor ons-zelf gaan zorgen, het besef dat we niet op onszelf zijn. Nooit. We zijn altijd in verbinding met leven, met levende wezens, mensen, dieren, bomen. Dichtbij of veraf. We voelen of denken vaak dat we uit verbinding zijn, maar we ZIJN nooit uit verbinding.

We staan aan de vooravond van een grote verandering in ons denken. Het doet me denken aan de omwenteling die plaatsvond in de tijd van Galileo en Copernicus, in de late middeleeuwen. Iedereen geloofde dat de aarde het centrum was van het universum. Verguisd werden zij door de toen heersende (religieuze) machthebbers, toen een nieuwe theorie opdook, dat de zon het centrum vormde van ons zonnestelsel (toen universum). Nu, eeuwen later weten we niet anders meer. Er vind in deze eeuw opnieuw een grote omwenteling plaats in het denken over onze werkelijkheid. En uiteraard is niet iedereen meteen enthousiast met de nieuwe zienswijze.

Velen van ons denken nu nog voornamelijk vanuit het materialistische wereldbeeld dat de basis van onze werkelijkheidsbeleving rust op materie, op deeltjes, op concrete massa. Maar uit quantum-mechanische theorien blijkt een ander werkelijkheid te ontstaan. Namelijk dat de basis van onze werkelijkheid rust op ruimte die trilt en energie bevat, deeltjes kunnen op meerdere plaatsen tegelijk zijn en bovendien is er een continue verbinding tussen deeltjes ook over grote afstanden. Jij en ik als waarnemer hebben volgens deze theorien invloed op wat we ervaren als werkelijkheid. Via ons bewust-zijn hebben we toegang tot die werkelijkheid en kunnen de werkelijkheid zelfs beïnvloeden. 

Dan rijst de vraag. Voor wie zorgen we dan als we zorg gaan dragen voor ons zelf? Eeuwenlang heeft het volstaan dat we zorgden voor onszelf als lichaam en denken. Bijna als een machine. Onze geneeskunst heeft zich daarin tot in de puntjes bekwaamd, met chirurgie, psychiatrie, cognitieve gedragstherapie, medicijnontwikkeling. Artsen gaan steeds verder en preciezer de diepte in met diagnoses. Maar in de praktijk begint de zorg voor ons als mens te haperen, het sluit niet meer aan bij wat (jonge) mensen nodig hebben, bij wat deze tijd van bewustzijnsgroei aan mogelijkheden biedt.

Zelf-zorg anno 21e eeuw neemt een vlucht richting bewust-zijn. Als je bewust-bent van je-zelf, dan draag je zorg voor zowel je lichaam, als je denken, als je gevoel (hart), als je ziel, als je energie. Dat is 1 geheel, nooit afgescheiden. Een ingreep in het ene systeem heeft onherroepelijk effect op het andere systeem. En dat geldt ook voor het systeem mensheid als geheel.

Als jij besluit om voor je-zelf te gaan zorgen, heeft jouw omgeving daar onmiddellijk profijt van. Een mooi voorbeeld daarvan is een jongen van 27 die besloten heeft om een jaar lang te zorgen voor zich-zelf, door 2 keer per maand langs te komen. Na drie maanden van mooie gesprekken, energetische sessies, heldere en praktische keuzes maken, zit hij overduidelijk veel beter in zijn vel. Maar merkt zijn omgeving ook de innerlijke veranderingen? “Mijn ouders zijn heel blij, ze zien dat ik goed in mijn vel zit en veel vrolijker ben.”

Een ander voorbeeld is de zwaar overwerkte medewerker die telkens maar werk overnam van de leidinggevende omdat ze dacht dat ze daardoor de werklast van de leidinggevende verminderde en een goede daad deed. De relatie met de leidinggevende was inmiddels verstrikt geraakt in onuitgesproken verwachtingen. Toen ik haar wees op de keerzijde, dat ze met dit gedrag haar leidinggevende de kans ontnam om te groeien en haar eerder vasthield in een patroon waarin de leidinggevende niet toekwam aan haar eigen thema’s, viel een kwartje. Het was haar intentie om de leidinggevende te helpen, maar omdat ze zich-zelf passeerde had het gedrag het tegengestelde effect. Ze besloot om voor zich-zelf te gaan zorgen en het werk te laten liggen bij de leidinggevende. Dit deed ze eerlijk, liefdevol en duidelijk. Doordat zij beter voor zich-zelf ging zorgen, gaf zij haar leidinggevende eindelijk de kans om met haar eigen uitdagingen aan de slag te gaan en reëel te kijken naar de takenlijst. Haar collega’s merkten vrij snel het verschil van haar houding op de werkvloer. 

Dit en andere voorbeelden en mijn eigen ZIN natuurlijk, hebben ervoor gezorgd dat ik ZELFZORG op mijn menukaart heb opgenomen, in eerste instantie gericht op individuen, maar zeker met de intentie om ons als gehele mensheid te ondersteunen om de veranderingen die op ons aller menukaart staat, te kunnen maken. 

Wil jij hier ook mee aan de slag of ken je iemand voor dit wat zou zijn, aarzel niet en neem contact op. Iedere maand houd ik off/online een ZINloopspreekuur. Gratis en voor niets. 

X
X